ONZE VISIE

Overzicht

Wat Oorzaak Basisbehoefte Krachten Vrijwilligers Armoedebestrijding

  Armoede?

Armoede is meer dan enkel een tekort aan geld en middelen. Armoede heeft te maken met uitsluiting en maatschappelijke uitsluitingmechanismen op verschillende levensdomeinen tegelijkertijd: inkomen, wonen, werk, gezondheid, onderwijs, gezin, justitie, cultuur, vrije tijd, ... Armoede is in die zin een schending van de rechten van de mens. Mensen kunnen hun basisrechten niet doen gelden. Ze kunnen niet als volwaardig burger deelnemen aan de maatschappij of ze worden door de buitenwereld als niet volwaardige partner aanzien. Problemen in één levensdomein, verhogen de kans op moeilijkheden in andere domeinen. Alle levensdomeinen zijn op een manier met mekaar verbonden en dit zorgt voor een negatieve spiraal ....

Weinig middelen zorgen voor slechte en ongezonde huisvesting. Dit zorgt voor ziekte en maakt mensen afhankelijk van ziekteuitkeringen ... Een onaangepaste woning maakt het voor kinderen moeilijk om op te groeien, huiswerk te maken, ... Een slechte schoolcarrière zorgt voor minder kansen op de arbeidsmarkt. 
Naar de dokter gaan als je ziek bent kost geld, dus stel je een bezoek zo lang mogelijk uit. Ziektes worden erger en vereisen meer zorgen en zo opnieuw hogere kosten…

  Oorzaak?

Armoede is een maatschappelijk fenomeen. In het rijke West-Europa - één van de meest welvarende werelddelen - is het voor velen ondenkbaar dat armoede bestaat. Toch worden we er steeds vaker mee geconfronteerd. In tijden van financiële moeilijkheden zien we de armoede duidelijk toenemen. De manier waarop onze maatschappij georganiseerd wordt, ligt mee aan de basis van het fenomeen armoede. 

We onderscheiden mensen die steeds in armoede geleefd hebben en dus generatiearm zijn en de nieuwe armen, die omwille van verschillende redenen in de armoede terecht gekomen zijn. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen deze twee groepen mensen omdat zij een andere achtergrond hebben. 
Mensen uit de generatiearmoede hebben vaak nooit kansen gekregen en als kinderen al uitsluiting en problemen ondervonden. De nieuwe armen hadden vaak ooit een beter leven en zijn beter geïnformeerd over hun rechten en hun mogelijkheden in de maatschappij. Vaak zijn zij arm geworden door een gebrek of tekort aan maatschappelijke opvangnetten bij problemen. 

Het is noodzakelijk te strijden tegen de problemen die beide groepen ondervinden. Enkel op deze manier kunnen we armoede aanpakken en toekomstige armoede voor blijven. 
Nieuwe armen dreigen hun problemen aan de volgende generatie door te geven. Kinderen die in armoede opgroeien moeten veel harder knokken om iets te bereiken in onze maatschappij. De nieuwe armen tonen de maatschappij duidelijk hoe deze mee aan de basis van armoede en problemen ligt. 
Generatiearmen tonen ons hoe moeilijk het is uit de vicieuze cirkel van de armoede te geraken en hoe weinig de buitenwereld en maatschappij op hun levenswijze en denken is afgestemd. 

Tussen het leven van de arme en de niet-arme mensen is er een duidelijke kloof. Niet-armen analyseren problemen, nemen de besluiten en formuleren oplossingen (economische, administratief, sociaal, ...). Deze kennis en vaardigheden worden van generatie op generatie doorgegeven en als de norm en basiskennis beschouwd.  
Mensen in armoede verliezen de greep op hun eigen leven. Ze moeten al hun kennis en vaardigheden aanspreken om te kunnen overleven. Alles wat daarnaast komt kijken en zeker de maatschappelijke besluitvorming staan op dat moment ver van hun bed. 
De arme komt hierdoor in een afhankelijke positie terecht en onderaan de ladder bij maatschappelijk overleg of beleidsvoering. Beleidsvoerders laten armen vaak in de kou staan en houden geen rekening met hun vaardigheden, kennis en meningen. 

Mensen in armoede hebben vaak weinig kennis van de maatschappij en haar instituties. Hoewel het lijkt dat ze zeer goed hun weg kennen in de wereld van de hulpverlening, hebben ze vaak weinig kennis van hoe de samenleving functioneert. Ze weten vaak niet hoe ze hun rechten moeten doen gelden of hoe ze in regel blijven met bepaalde zaken. Een studiebeurs aanvragen of in orde zijn bij een mutualiteit bijvoorbeeld lijken erg eenvoudig maar zijn dit niet steeds.

De structuur van het hulpverleningsveld of bepaalde maatregelen zijn ontworpen vanuit het gedachtegoed en de structuren van niet-arme mensen waardoor deze vaak niet zijn afgestemd op mensen die in armoede leven. Er wordt niet steeds rekening gehouden met de vaardigheden of gebrek aan vaardigheden bij arme mensen. Daarbovenop worden mensen vaak betutteld en ontstaat er een bepaalde machtsverhouding tussen hulpverlener en arme, wat een respectvolle, gelijkwaardige relatie in de weg staat. 

  Basisbehoefte

Mensen in armoede krijgen in hun natuurlijk milieu vaak te kampen met problemen. Dit laat hen achter met een onverwerkt innerlijk verdriet. Mensen voelen zichzelf vaak schuldig en verantwoordelijk voor hun situatie. Ze wijten problemen en teleurstellingen vaak aan een eigen falen als mens. 
Zo bouwen mensen een schuldgevoel op. Ze voelen zich minderwaardig in onze maatschappij, voelen vernedering en schaamte voor de situatie waarin ze leven. Dit gevoel wordt tijdens hun leven verder gevoed door negatieve ervaringen op school, bij werk, de vrije tijd,... Door gebrek aan kennis over armoede in de buitenwereld worden ze vaak op hun eigen falen of gebreken gewezen. Het uitzichtloze van deze situatie zorgt voor een gevoel van verlamming en een remming in hun functioneren tot gevolg. 
Dit proces begint al heel vroeg. Kansarme kinderen worden al vaak aangesproken en bekeken op hun problemen en hebben al snel met negatieve gevoelens en gevoelens van schuld te maken. Ook al hebben ze als kind weinig invloed op hun levenssituatie, toch krijgen ze te maken met uitsluiting door de maatschappij en van kansen en kunnen ze nooit ten volle van een onbezonnen kindertijd genieten. 

Iedereen heeft het verlangen om een volwaardig lid van de maatschappij te zijn.  Arme mensen hebben vaak een onbevredigd basisverlangen en het gevoel er te willen bijhoren. Door de manier waarop onze samenleving georganiseerd is, sluiten we mensen in armoede vaak uit. 
Op deze manier versterken we hun verlangen om er toch bij te horen en te zijn zoals iedereen. Dit compenseren ze door uiterlijk waarneembare zaken van de middenklasser te gaan overnemen: dure auto, gsm, duur trouwkleed, ... 
Arme mensen kunnen vaak niet aan de verleiding van reclame en verkopers weerstaan. Ze staan kwetsbaar in een wereld die gedomineerd wordt door reclame, materiële rijkdom en geld en waar het belangrijk is er bij te horen. 

De reactie vanuit de maatschappij op dit gedrag is er dan opnieuw één van schuldtoewijzing en veroordeling, hoewel ze zelf deze (materiële) normen opleggen.
Een reactie die op zijn beurt opnieuw een uitgesloten gevoel teweeg brengt.

  Inspelen op Krachten

In onze huidige maatschappij wil ieder van ons van alles waarmaken: studeren, een interessante job, een gezin, veel vrienden, boeiende vrije tijdsactiviteiten, ... Armen hebben vaak één project voor ogen: een toekomst opbouwen voor henzelf, maar vooral ook voor hun kinderen. “Zolang mijn kinderen niets te kort komen en alle kansen krijgen, het beter hebben dan ik zelf had…” is een vaak gehoorde uitspraak. 

Onze maatschappij en levensvisie is prestatiegericht, het is belangrijk iets te bereiken in het leven. Arme mensen bereiken ook heel veel, op persoonlijk vlak, door het hoofd boven water te houden in moeilijk tijden, door vele problemen aan te pakken, door hun kinderen een beter leven te geven, door het woord te nemen en op te komen voor hun rechten… Alleen worden deze zaken in onze maatschappij niet als echte prestaties gezien en zijn ze ook niet steeds zichtbaar naar de buitenwereld toe. 

Mensen in armoede hebben vaak een sterk gevoel voor humor en blijven positief in de moeilijke omstandigheden waarin ze leven. Ze hebben een enorme kracht om elke dag opnieuw rond te komen, elke dag te overleven in chaotische levensomstandigheden en problemen het hoofd te bieden. We merken hierbij een grote creativiteit die vaak verrassende resultaten geeft. 
Ze zijn vaak erg solidair. Ze hebben steeds de neiging anderen te helpen ook al zitten ze zelf tot over hun oren in de problemen. Ze zoeken mekaar op, gaan samen op zoek naar oplossingen bij problemen en komen voor mekaar op. Niet- arme mensen daarentegen zijn veel individueler en gaan niet steeds zomaar anderen helpen of eventuele problemen met anderen bespreken. 

   Werken aan Armoede Bestrijding

Voor een sociaal gedragen en correct beleid dat ten goede komt aan alle burgers moeten we beleidsactoren informeren, beïnvloeden en stimuleren om maatregelen te nemen. Armen moeten op alle niveaus en alle domeinen een stem krijgen in het beleid. Dit zowel bij het nadenken over maatregelen en organisatie in de maatschappij als bij de besluitvorming en evaluatie. Mensen in armoede zijn de belangrijkste partners om de betekenis, de oorzaken en oplossingen van armoede aan te geven. We moeten de beleidsmakers dan ook steeds stimuleren om deze krachten en kennis te gebruiken en aan te spreken. Daarnaast moeten we blijven benadrukken dat alle burgers lid zijn van de maatschappij en dat iedereen evenveel rechten heeft en zo volwaardig burgerschap voor iedereen nastreven.
>>terug


   Vrijwilligers

Als vereniging kunnen we maar werken en alles draaiende houden dankzij de medewerking van vele vrijwilligers. We vinden het belangrijk om ook binnen de groep van vrijwilligers een evenwicht te behouden tussen armen en niet-armen. We willen iedereen de kans geven om zijn vaardigheden en talenten aan te spreken en verder uit te bouwen. 
>>terug